|













ROUTEPLANNER
WEATHER
NIEUWS
(pagina het laatst bewerkt op
woensdag, 12 oktober 2011)
| |
|
terug naar 2009
Enige artikeltjes die een impressie
geven van voorgaande clubreizen.
|
2008
“Een
wandeling van Tannheim naar Schattwald en terug”.
Op woensdagochtend spraken Leo, Marij en ik
af om samen een “rustige”, minder inspannende, wandeling te gaan maken. Het
was een zonnige, licht vriezende dag en er lag eindelijk een dun laagje
sneeuw in het dal. Nog geen sneeuw om “lang te laufen”maar wel om te
wanderen. Na het ontbijt vertrokken we om tien uur van ons hotel richting
Berg naar de Tannheimer Rundwanderweg.
Onderweg passeerden we eerst het logiesadres
van Leo en Constance. Voor hen was helaas geen plaats meer in ons Tannheimer
hotel en dus werd voor hen een andere lokatie gezocht. Even later ging het
bergopwaarts naar de Hütte van der Schäferwirt”. Deze Wirt is volgens de
tekst op een gedachteniskruis op de Berg Einstein overleden. Rustig
wandelend, want dat was de bedoeling, bereikten we de Rundwanderweg op
plusminus 1200 meter hoogte.
Het uitzicht was wintermooist, de lucht vol
flonkerende ijskristallen. De weg kronkelde verder omhoog, de sneeuwlaag
werd steeds dikker. Talrijk waren de sporen van dieren in de sneeuw. Leo
ontdekte de sporen van hazen, konijnen, vossen en hoefafdrukken van gems en
steenbok. Met de gems hadden we al kennis gemaakt de dag ervoor, op de
flanken van Einstein. Na vele serpentines langs weiden en door bossen
bereikten we de hoogvlakte van de Frichterberg op 1600 meter.
Er lag een dik pak sneeuw en takken van de
sparren bogen dan ook flink door. Het was een plaatje om te zien. Vanaf hier
hadden we twee mogelijkheden om verder te wandelen. Naar Zöblen via de
Zugspitzblick waar soep en broodjes lokten, of naar Schattwald, een heel
stuk verder. “We zouden het rustig aan doen”, dus kozen we voor het
laatste!! Tijdens de afdaling, langs de Wieslerberg, kwamen we de wandelaars
van groep Aart tegen, de “die-hards”, met een paar verhitte hardlopers aan
kop.
Na een lange afdaling bereikten we
Schattwald in het dal, In dit door zonovergoten plaatsje vonden we een
zonnig restaurant met een zonnige Wirtin. Na een rustpauze met Kaiser
Schmarren en een biertje aanvaardden we de terugtocht via de overzijde van
het dal. De weg die we volgden was niet meer dan een spoor in de sneeuw dat
ons door een bos bergopwaarts bracht.
Het spoor liep dan ook min of meer dood. Aan
een “sportieveling” met drie planken, twee aan zijn voeten en één op zij rug
vroegen we de weg. Bij gebrek aan een werkende skilift was hij op
sneeuwschoenen onderweg naar boven voor een afdaling op zijn snowbord. We
bereikten een skipiste en daalden langs deze naar beneden om uiteindelijk
bij het dalstation van de Rhonenlift bij Zöbeln uit te komen. We maakten het
ons verder gemakkelijk door de vlakke weg door het dal en langs het
riviertje de Vils te volgen.
Voor Tannheim, bij een wegsplitsing, namen
we afscheid van Leo die van hier de kortste weg naar Berg volgde, wij liepen
rechtdoor naar Tannheim waar wij in de bar van ons hotel genoten van een
Bierchen en de verhalen van onze medereizigers.
?????

Bij aankomst was er al een grote
bedrijvigheid op de Burg. Kisselsstraat in Meerssen.
De bus stond al startklaar en een paar
“gentlemen” hielpen ons meteen met onze bagage. Veel clubleden hadden zich
al met slaperige ogen in de bus genesteld. Precies op tijd vertrokken we
richting de grens waar we nog Constance en Leo oppikten. Na een vriendelijk
welkomstwoord van onze kersverse voorzitter gingen we van start en na een
kwartier zagen we links en rechts de oogjes dichtvallen en werd het stil in
de bus. We konden ons overleveren aan onze rustige en betrouwbare chauffeur
Jan.
Tot onze grote verrassing kregen we een
onverwachts meevallertje. Onze penningmeester deelde ons stralend het
heuglijke nieuws mede dat, wegens het grotere aantal deelnemers, ieder EUR
20 terug kreeg. Het gebeurt niet vaak dat de penningmeester cadeautjes
uitdeelt, maar de enveloppen werden in dank aanvaard. Na een stop zagen we
voorbij Hockenheim al wat bergen met wat sneeuw, dus alle hoop was nog niet
vervlogen. Maar hoe meer we op ons einddoel afreden, hoe meer bleek dat het
de laatste resten waren van de sneeuw uit betere tijden. Rond 15.00 uur
aankomst in hotel “Goldenes Kreuz”. Na de kamerindeling was er nog tijd om
met een korte wandeling de omgeving te verkennen. ’s Avonds om zeven uur een
fijn diner aan gezellig gedekte tafels. De bediening was eerst een beetje
stug, maar naarmate ze in de gaten hadden dat onze clubleden gezellige
mensen zijn, ontdooiden ze en waren heel vriendelijk. In het hotel was een
sauna en een bubbelbad aanwezig, waar sommigen van ons gretig gebruik van
maakten.
‘s Morgens om 8 uur reveille en om 9 uur zat
iedereen aan het ontbijt. Maar wat zouden we vandaag gaan doen? Geen sneeuw,
geen loipes! Dan maar wandelen. Er vormden zich meteen wat groepjes. De
“sterken” onder ons begonnen al direct met een fikse toer omhoog, één groep
ging mountainbikes huren en onder leiding van Rien begonnen die aan een
mooie tocht. De grote groep “middenklassers” ging op pad voor een prachtige
wandeling langs een waterval naar het Vilsalpmeer. Na een pauze in een
bergrestaurant hebben we rond het meer gewandeld.
De bergen weer-
spiegelden in het rimpelloze water: adembenemend mooi. Moe maar voldaan
keerden we terug (sommigen met de TGV, 5km per uur) naar het hotel en na een
lekkere douche waren we weer zo fit als hoentjes. ’s Avonds weer een
4-gangendiner en inmiddels had onze voorzitter al een kroegeninspectie
gehouden in het dorp, waar we ons zelf ook wel een oordeel over wilden
vormen. Deze dag zonder sneeuw was een heel gezellige dag!
Dinsdag maakten we een bustocht naar Lindau
aan het Bodenmeer. Het is een knus stadje met mooie kerken en prachtige
gebouwen met muurschilderingen.
Natuurlijk eindigde deze dag in een “Stube”
en daarna terug naar Tannheim. ’s Avonds een paar gezellige uurtjes
“kloeken” in een dorpskroeg. Op woensdag een wandeling naar de Haldensee op
1120 meter. Deze dag was het koud en guur weer. Eindelijk begon het te
sneeuwen. De lunchpauze hebben we in een luxe hotel-restaurant genomen. In
de avonduren weer de kroeg ingedoken waar een mooie Praagse dame (of vond
jij niet, penningmeester?) ons bediende.
Donderdag een mooie maar voor sommigen zware
wandeling naar de “Zugspitzblick”, waar onderweg een paal met onze
voorzitter voor de nodige hilariteit zorgde. Mooie strak blauwe hemel en de
inmiddels gevallen lang verwachte sneeuw.
De harde kern is het wedstrijdje spelen nog
lang niet verleerd. Hein en Gerrie waren de “voorlopers” en kwamen als
eersten het café binnen waar wij al achter een kop koffie zaten. Na een
uurtje was iedereen voldoende op krachten om de afdaling te beginnen. In de
avonduren doken sommigen van ons nog eens het Tannheimer nachtleven in.
Vrijdag; ‘s morgens met de bus naar Ehrwald.
We vertrokken met somber weer en hoopten dat boven de zon zou schijnen.
Nadat we met de Ehrwald-bahn boven kwamen, was de zon al doorgebroken. Een
groep nam de zware route voor zijn rekening, de andere groep koos voor een
iets lager niveau. In een berghut zagen we elkaar weer en de eerste route
bleek een zwarte te zijn, dus behoorlijk zwaar. We hebben met volle teugen
genoten en waren blij dat we de latten niet voor niets hadden meegenomen. Om
half vier werd het flink koud en keerden we terug naar het hotel. Vlak voor
dat we bij het hotel waren had Jan een klein ongelukje met de bus waarbij
een zijruit sneuvelde. Jammer ! Die avond bleven we in het hotel waar bleek
dat de bar daar ook erg gezellig was.
Zaterdag onze laatste dag in Tannheim. We
namen nog eens dezelfde route van in het begin van de week naar de
Vilsalpsee, maar nu met een flink pak sneeuw, wat het allemaal nog mooier
maakte. We konden niet rondom het meer wandelen wegens lawinegevaar. Na een
Jägerthee gebruikt te hebben keerden we weer terug naar “huis”.
Zondag om kwart over acht was iedereen
present en wordt aan de terugreis begonnen, die met twee tussenstops
geweldig verloopt.
Dank aan het bestuur en de organisatie voor
de zeer geslaagde reis!
Lieske Priem, Mia Sweelsen
|
CLUBKAMPIOENSCHAPPEN 2006
De Olympische winterspelen, met
de CLUBKAMPIOENSCHAPPEN LCM in het voorprogramma !
Tijdens
de winterreis naar Moesern, zijn "traditioneel" de clubkampioenschappen gehouden
en wel op Donderdag 26 januari 2006.De avond van te voren waren in een spannende verkiezing 9
teams samengesteld. Helaas bemerkte men met schrik, dat de startnummers in
Limburg waren achtergebleven. De heer Freninger maakte in ieder geval prompt een
aantal papieren nummers, maar hoe we ze toe zouden passen lag nog in het
verschiet. Donderdagmorgen stipt om 10 uur vertrok de bus naar Holzleiten waar
Hein en Mia Veld het " toernooiveld " al helemaal gewalzt
en gewachst hadden.De doelen voor de werpers werden opgesteld, het
wedstrijdregelement nog eens haarfijn uitgelegd en vooral benadrukt , dat
foetelen tot uitsluiting van de eeuwige roem zou leiden. Daarna gingen alle
lopers erop uit om het parcours te verkennen. Er zaten een paar listige plekjes
in. Ook werden er voorzichtige pogingen gedaan om, de als zeer integer bekend
staande jury, te beinvloeden en om te kopen. Het drankmisbruikmonster werd dus
in stelling gebracht.BoB en Jeanne spugen er niet in , maar trapten er ook niet in.Inmiddels hadden Mia en de leden van de jury zich over
het probleem van de startnummers gebogen. Ze kwamen tot de conclusie dat ze met
wat vouwwerk, omgebonden konden worden. Maar hoe?? Er was geen touw of schaar.
Mia bracht de oplossing. Ze had net een warme borstrok voor Hein op de pennen
staan en die moest er dan maar aan geloven. Ze spoeddde zich naar hun optrekje
in Holzleiten en kwam terug met een knot zwart garen en een schaar.Hier werd een
nieuwe toepassing van"het zwarte garen" uitgevonden. "Ariadne" knipte draden op
lengte, hing ze om haar hals. Vervolgens plukten de werpers ze eraf en bonden
hun teamgenoten een nummer om. Om 11.30 uur prompt startte de
wedstrijd. Verschillende cracks, waar alle hoop op gevestigd was, hadden al
meteen materiaalpech. Twee gebroken stokken en een kapotte afzetplaat waren het
resultaat. Maar je zou niet Hein,Jules of Jef heten en het erbij laten zitten.
Hup andere spullen gepakt en daar gingen ze weer. Jeanne en BoB hielden de
lopers in de gaten en noteerde de rondentijden . Mia, Lieske, helaas
geblesseerd, en Mieke zagen erop toe, dat het werpen volgens de regels verliep.
Na 27 minuten en 46 seconden stormde de winnaar over de
finish en zo kreeg TEAM 6 met
Theo Smeets, Wim Frantzen en Jan Kerkhofs ( heeft hij zich inmiddels al
aangemeld als lid???) de gladiolen.Team
1 met Rien Alfenaar, Kien Lassouw en Mia Ubaghs, finishte als tweede in 28'57''
en Team 2 van Ger van Kan, Harrie Geelen en Jos Verberne metTeam 9 van Jo
Simons, Marij Frantzen en Leon de Roy eindigden, in een nek aan nek race ex equo
op 30'48" , als derden. Vijf werden Jules, Thea en Joop. Op de zesde
plaats kwamen John Lassouw, Ella en Toos. Bert Brouwers en de zijnen werden 7.
En exact 10 minuten na de jeugdige winnaar kwam Bert Recker uit het team van Jef Tychon over
de eindstreep en dat met zoveel pech. Bravo jongens.
Alles was sneller afgebroken dan opgebouwd en rond 13 uur
zaten we gezellig na te praten in ons stamcafe "Panorama". Opmerkelijk is, dat
Theo Smeets deze keer niet net zoals in het Thueringerwald, verdwaalde. Had hij
de Tom-Tom uit de bus van Jan , die ook in zijn team zat gebruikt? Enfin we
hebben nog tot Juni de tijd om dit uit te zoeken, want dan zijn de gladiolen pas
rijp.
'Avonds werden de prijzen , die weer royaal en loyaal door
Hein en Mia ter beschikking waren gesteld, uitgereikt. De eerste prijswinnaars
gingen met een mooi jack naar huis. De tweede prijs bestond uit sporttassen en
een skizak. De derde en de poedelprijswinnaars kregen T-shirts en wijn (
geschonken door de heer Freninger). Het was een heerlijke zonovergoten dag.
Inmiddels is bekend geworden, dat Mia Veld uit het resterende zwarte garen nog
een paar babysokjes heeft kunnen halen voor haar kleinkind. Hein moet zich
tevreden stellen met een trui uit eigen collectie.
Jeanne van Doorn is verantwoordelijk voor dit tegen de
waarheid aanleunende verhaal !
2006
Over
fakkels, Roemeens vuur, dans en ook over langlaufen
“Moge de clubreis een
gezonde reis worden naar lichaam en geest”. Dat is de plechtige wens van de
gelegenheidsvoorzitter te velde Piet/Pierre* Ubaghs in het januarinummer van
het periodiek van de LCM in het jubeljaar 2006. Deze wens is een rotsvast
fundament voor één van de belangrijkste jaarlijkse evenementen van onze
vereniging.
Een vertrek in het donker
van een zeer vroege januarimorgen, na een onrustige nacht, heeft iets
spannends. Ontmoetingen in de bus met nieuwe deelnemers of introducés, of
met bekenden van vroeger of gewoon met de vertouwde clubleden. Allemaal vol
verwachtingen van een heerlijke wintervakantie. Na de stop bij de grens zijn
we compleet. Daar reikt de enige echte voorzitter ons samen met Tiny nog een
attentie aan. Hij weet dat het geestrijke drankje altijd gewaardeerd wordt.
De busreis is een mooie
gelegenheid om met deze en gene eens een babbeltje te maken, wat oude koeien
op het droge te trekken of een discussie met een vermeende opponent weer op
te stoken. Gelukkig voor mijn reisgenoten heb ik ook met zorg een boek
geselecteerd dat mij, eenmaal aangevangen, ervan weerhoudt iedereen nog meer
lastig te vallen of uit de slaap te houden. En de chauffeur zorgt er voor
dat de bus met zijn monotoon geluid je ogen af en toe vanzelf laat dicht
vallen. Enkele pestkoppen hebben een smoelenpuzzel
samengesteld waarin je zelfs aan je eigen gezicht gaat twijfelen. De
oplossing is al lang gevonden, maar dan moet nog wel even de opgave
aangepast worden. De samenstellers hebben hun doel bereikt. Je kunt er de
reis mee doorkomen als je sterk in je schoenenstaat. Je voegt je deze dag gedwee
in het door Jan Kerckhoffs voorgeschreven schema en bent er dan zeker van
dat als het weer donker wordt, het beloofde land bereikt is.
Aankomen is beslist niet
anders te typeren dan: thuiskomen. Je wordt geïnformeerd over de gezondheid
van de benen van de heer Freninger, hoort dat de kok ontslagen is en dat
mevrouw Freninger zijn taak heeft overgenomen, althans voor onze groep.
Normaal is het hotel van een all-inclusive overgestapt naar een hotel garni.
Het keuzemenu heeft plaats gemaakt voor het menu wat de pot schaft. Maar de
soep tegen het middaguur en de Kaffee met Kuchen is nog steeds
geprogrammeerd.
Zondagmorgen ben ik al vroeg
bij het ontbijt. De ochtend is wat grijs, maar het uitzicht over de
sneeuwwereld is van een ongerepte schoonheid.In het skihok is nog geen
activiteit want het programma gaat er vanuit dat de reis voor ons ouwetjes
wel vermoeiend zal zijn geweest en dat we het rustig aan willen doen.
Niemand verzet zich tegen deze gedachte. De meesten nemen de skibus, niet
gratis meer dit jaar. Maar voor een tientje kunnen we een week lang
onbeperkt zowat half Tirol bekijken. Bij de start van de loipes
in Seefeld beginnen de kriebels te komen en we draaien een paar vlakke
rondjes en merken dat langlaufen als fietsen is: het zit er voor je leven
in.
Hotel Wetterstein biedt een
prachtig uitzicht over het idyllische kerkje, de loipes, de schaatsbaan en
zelfs de skischans. Het is er minder druk dan andere jaren, maar de
vriendelijkheid van de bediening is hier omgekeerd evenredig aan. Reden om
de eerste glühwein te bestellen. ’s Middags waaiert de club
uit en sommigen storten zich al van de Wildmoos of de Auland-route naar
beneden. * keuze naar wens of gewoonte. Maandagmorgen
staan we meteen voor de keuze: les voor beginners of voor gevorderden. Ik
herinner me mijn vermetelheid van vorig jaar toen ik roekeloos koos voor de
hoogste groep.
Mijn keuze is dus gauw
gemaakt. Het wordt een uiterst leerzame morgen onder de leiding van de
geduldige en inspirerende Rien.
En in de beginnergroep kan
ik het zelfs brengen tot een voorzichtig complimentje, wat mijn ego streelt
en mijn onzekerheid op de smalle latten tot een
bijna aanvaardbaar niveau reduceert.
De uitdaging van deze dag
moet nog komen. Om half twee melden we ons voor het rodelen. Spontaan worden
de koppels geformeerd en we gaan in een pittig wandeltempo omhoog. De mist
en laaghangende bewolking verdwijnen hoe hoger we stijgen en we hebben een
ongelooflijk mooi uitzicht op de Zugspitze onder een strakblauwe hemel.
Het verblijf in de hut op de
top doet onze gretigheid ons naar beneden te storten nog toenemen.
Maar
eerst onderwerpen we ons aan een complete fotosessie waar diverse
spraakmakende shots worden geschoten.
De heer Freninger(met de
camera in de aanslag) gaat voorop om al te enthousiaste deelnemers in
bedwang te houden, wat maar zeer gedeeltelijk lukt. Harrie en Thea weten nog
maar op het nippertje op de rand van een afgrond tot stilstand te komen, net
voor dat ze dreigen zich als een soort Romeo en Julia in de eeuwige
sneeuwvelden te storten. Bert Brouwers katapulteert
in een bocht zijn passagier Ferry, die asiel weet te vinden op mijn
eenmansbob. De meest opmerkelijke
combinatie is Pierre met Mia Sweelsen. Ze vormen een perfecte twee-eenheid
en komen, gracieus door de bochten zwierend, onder luid applaus bij de
finish.
Als we die avond de beelden
terugzien op het grote scherm in de lounge van het hotel doen we alles nog
eens over en genieten we opnieuw van de geweldige middag en vooral van de
geestige opmerkingen die als een lawine over ons heen komen.
Het wijgevoel heeft nu al
een hoogtepunt bereikt!
Dinsdag brengt de bus ons
naar het begin van de loipe naar Scharnitz . Met een hele groep beginnen we
daar aan een lange afdaling die de meesten nog kennen van vorige edities.
Maar nu zijn de sneeuwcondities zó goed dat we bijna allemaal op de been
blijven. Zo is langlaufen toch geweldig!
In het restaurant treffen we
de overige groepsleden die vanmiddag een bezoekje brengen aan Garmisch
Partenkirchen. Een select groepje van zes dapperen aanvaardt de terugweg op
de ski. Het wordt een relaas van hoe koud het was en hoe ver. De
onvermoeibare doorzetter Bert Recker arriveert tenslotte als het al lang
donker is per bus terug uit Seefeld. Vermoeid en verkleumd. Bibberend
verdwijnt hij na de douche onder de wol. We zien hem pas terug aan het
ontbijt de andere morgen.
Aan het toetje kom ik die
avond niet meer toe want om half acht worden de fakkels ontstoken en gaat
het in de richting van de Seewaldalm. Het is erg uitkijken want het trottoir
is spekglad en we hebben niet zo’n geweldige trek in het alternatief voor
‘der lustige Willy’. Hoe moet dat trouwens, een dansavond met je snowboots?
Buiten klinkt al de
dansmuziek en dan gaat de knop plotseling om bij een aantal dames. Voor ik
het besef sta ik op de dansvloer, overmeesterd door Gerda, die onmiddellijk
in het juiste ritme zit. Tegenstribbelen is zinloos. Na een super
spoedcursus van drie minuten krijg ik de kwalificatie “Zuus te waal dats te
’t kins” mee.
Als
ik nog na zit te puffen bespeur ik plotseling een donkere verschijning naast
me die de drankjes komt opnemen. Als ik omhoog kijk, zie ik een pittige dame
in een kort rokje en een lijfje dat lang niet alles kan bevatten wat de
natuur haar in alle gulheid heeft geschonken.
De overkant van de tafel
staat perplex van dit overweldigende panorama. Bestellen wordt wel een heel
aantrekkelijke bezigheid en iemand vindt uit dat je het beste ‘kleinekes’
kunt drinken, want dan is de tussenkomst van dit Roemeens raspaardje prettig
vaak gewenst.
De stemming, toch al flink
op peil, beweegt zich voor de rest van de avond op topniveau. Niemand die
nog enige reserves ten aanzien van dit dansfeest vertoont en Jules, Elly,
John, Kien, Pierre, Mia en nog een rijtje anderen sloven zich uit. De
feestvreugde wordt zowaar nog verhoogd als er ook voor de dames een
aantrekkelijk Tirools “stuk”op het toneel verschijnt, die best wel genoegen
schept in een onstuimig danspartijtje.
Teleurstelling
alom als rond een uur of elf al het einde wordt aangekondigd.
En dan staat daar plotseling
Pierre met in zijn ene hand een brandende fakkel en aan de andere hand het
Roemeense pronkjuweel om zelf de het voortouw te nemen in de slotacte. Zijn
pretoogjes verbergen de spanning die dit emotioneel beladen optreden in zijn
diepste binnenste moet hebben opgeroepen, maar hij neemt de volle
verantwoordelijkheid in zijn leidende functie. Hij voert ons naar buiten,
weg van alle warmte en verleidingen.
Gelukkig hebben we nog een
restantje fakkels om de plotselinge kou buiten een beetje te veraangenamen.
De volgende morgen vernemen
de thuisblijvers van gisteravond duidelijk hoe volkomen verkeerd hun
inschatting is geweest en hoe onherstelbaar hun gemis is.
Langlaufen dan maar en wel
met z’n allen naar de Wildmoos, ieder op zijn eigen wijze. Een mooie gelegenheid om in
de witte wereld na alle inspanningen en emoties weer in een rustig en
evenwichtige gemoedsstemming te komen.
Maar ‘s avonds laait de
spanning opnieuw op want de loting voor de wedstrijd van donderdag staat te
gebeuren. Alle listen worden uit de kast gehaald. Natuurlijk heb ik tijdig
mijn invloed bij de juiste personen aangewend om het lot net dát zetje te
geven dat mij in de richting van het succes stuurt. Mijn doel is hoog
gesteld. Met minder dan een podiumplaats neem ik geen genoegen.
Tot het aller-aller uiterste
gespannen staan de toprijders de volgende dag aan de start van het
risicovolle en gevaarlijke parcours van Holzleiten. Via een geslaagd
charmeoffensief sta ik op de tweede startrij. Een redelijke uitgangspositie.
Ik
hoef alleen maar in de schaduw van mijn voorgangers te blijven. Maar al na
50 meter is de wedstrijd een gelopen race. Alleen Rien zit nog voor me en de
rest van het veld ligt in een verslagen positie. De spanning is hen te groot
geworden. Het materiaal, ski’s en stokken zijn bezweken onder de
krachtsexplosie bij de start of gewoon onder hun vallende lijven. Een kleine informatie voor
de onkreukbare jury en ons doel samen met Marij en Roy is bereikt, jaloerse
blikken en opmerkingen ten spijt.
Om te zeggen dat de overige
tijd in Seefeld nog slechts een formaliteit is gaat te ver, want elke dag is
hier een genoegen. Geen snowshoeing, maar eenieder zoekt zijn favoriete
bezigheid op, maakt die laatste tocht, gaat eindelijk winkelen of bezoekt
nog eens het zonovergoten terras van hotel Wetterstein, hetgeen de ober doet
opmerken: “ach Sie schon wieder!”
Rest ons bij het diner nog
de slotwoorden van John en Pierre, de bedankjes over en weer, het laatste
grapje en de rekening van de hotelier, een korte evaluatie en alvast een
mijmering na een geslaagde, in-en ontspannende week. Echt vakantie.
Wellicht duurt het maar een
jaartje voordat dat genoegen weer voor ons is weggelegd.
Jo Simons
2005
|
Tijd
werkt als een filter. Een verslag direct na afloop, zou er daarom anders
uitzien dan de beschouwing waar u nu de moed voor verzameld heeft zich
doorheen te gaan worstelen.
Het zijn niet de grote
sportieve prestaties, hoe indrukwekkend ook, die het langste in het geheugen
blijven hangen.Voor mij springen er twee beelden bovenuit.
Dan gaat het merkwaardig
genoeg om twee individuen die niet eens lid zijn van de Langlaufclub
Maastricht. Beiden zelfs van buitenlandse afkomst.
Jessy, de hond van de
familie Freninger is de eerste die steeds weer opduikt. Hij (of was het
zij?) liet de concurrentie ver achter zich als het erom ging zich door het
sneeuwlandschap te verplaatsen. De beelden die we op het grootbeeld zagen
waren van een indrukwekkende schoonheid. De tweede figuur, trad op tijdens
de ontspanningsavond van der lustige Willy. Het ging om “der alte Holzmichel”.
De mededeling “er lebt noch”deed het hele gezelschap telkens weer van hun
zetels opspringen.
Maar het gaat tijdens
de jaarlijkse clubreis niet om het spektakel. Het is een week die de
deelnemers gelegenheid geeft zich volledig te ontspannen in een schitterende
omgeving op een sportieve wijze, zonder zich ook maar de geringste zorgen
hoeven te maken over welk onderdeel van de week dan ook.
Zelf was ik de club
reeds vooruitgereisd met de bedoeling een soort welkomstcomité te vormen.
Maar op de heenreis had de bus enige
vertraging door de sneeuwval, die precies op tijd gekomen was om het
langlaufen tot een groot feest te maken. Ik miste dan toch nog de aankomst.
Maar daarna liet ik vrijwel niets meer aan mij voorbijgaan dat door de
organisatie werd aangeboden.
Zondagmorgen in Seefeld is
toch iets anders dan het dal van de Ziepbeek. Daar is het eigenlijk
droogzwemmen, terwijl we hier plots in het diepe terechtkomen. Iets wat niet
alleen bij mij tot enige acclimatiseringsprobleempjes leidde. Die bestonden
er overigens vooral uit dat bochtjes nog niet goed werden ingeschat of dat
de juiste grip op de hellingen er nog niet was. Maar er was wel al direct de
gretigheid om datgene te doen waar het in de club eigenlijk allemaal om
begonnen is: langlaufen. Bestuursleden gaan hierbij natuurlijk voorop.
Harrie, Jules, Frans en ook Hein deden wat van hen verwacht mag worden. De
penningmeester deed ook al wat iedereen van hem verwacht: de penningen
bewaken en dat doe je doorgaans niet door je op gladde latten op een hellend
vlak te begeven. Hoewel, later in de week mochten we hem toch bewonderen op
zijn super skietjes.
Maandag gaat de clubleiding
meteen aan het opvoeren van de techniek sleutelen.
Je mag zelf bepalen op welk
niveau je les wil hebben: basistechnieken, gevorderden of skating.Deze keer
maakte ik de fout niet mijzelf tot de gevorderden te promoveren, want dan
loop je het gevaar in een duizelingwekkende afdaling terecht te komen, iets
wat bij mij meestal maar van korte duur is.
Maar ook bij de basisgroep worden je fouten
ongenadig blootgelegd en wat erger is daarna ook nog eens door het video-oog
waargenomen, om het dan vervolgens tot algemeen vermaak te laten
worden tijdens de openbare videovertoning later in de week.
’s Middags dient zich
een van de meest spraakmakende onderdelen van het programma aan.
Hijgend komen we na een
steile klim aan op de Geschwandtkopf. Na een half uurtje in de gezellige
warme hut begint het avontuur. “Meer informatie ter plaatse” zegt het
programma. Die informatie bestaat uit: “hier naar beneden en blijf achter de
leider, de heer Frelinger”. Dit laatste had ik gelukkig letterlijk opgevat
want ik mocht op zijn slee plaatsnemen en hoefde mij nergens zorgen over te
maken dan hoe de eerder al gememoreerde Jessy van ons lijf te houden.
Uiteindelijk miste ook Herr Frelinger een bocht waarna ik zelfstandig verder
mocht.
Iedereen genoot met
volle teugen. De voorzichtigen, de stuurlozen, de waaghalzen, ja zelfs de
wandelaars vonden het een belevenis waarbij Joop zeker geen spijt zal hebben
gehad van zijn taai doorzetten om de top te bereiken en zelfs onze
rodelfriends uit Engeland genoten uitbundig.
Elke dag heeft Harrie
rekening gehouden met de verscheidenheid in onze vereniging. Weliswaar een
langlaufclub, maar dan een met bredere interesses. Ga maar na. Langlaufen,
rodeln, snow-shoeing, biathlon, Pferdeschlittenfahren, fakkeltochtwandelen
of voor de dinsdag shoppen en een snuifje cultuur in Innsbruck. Voor de meer
prestatief ingestelde deelnemers een mooie gelegenheid om tijdens een lange
dag je eigen conditie aan een test te onderwerpen door de lange klim naar
de Wildmoos te ondernemen en vervolgens te zien hoe het na een paar dagen
gesteld is met de wendbaarheid en de bochtentechniek in de lange afdaling
van de Wildmoos naar Seefeld.
Vandaag laat Bea haar
schoonmoeder maar eens alleen op stap gaan en gaat met enkele sportieve
mannen kijken waar haar grenzen liggen. Die blijken al behoorlijk verlegd te
zijn en het wordt een heerlijke dag waarbij de afdaling van de Wildmoos door
haar toch maar nog een jaartje wordt uitgesteld.
René stort zich met mij
naar beneden waarbij hij dat een stuk letterlijker neemt dan ik in mijn
gedachten had, waardoor hij voor het dilemma staat de latten in de open
haard of in de beek te laten verdwijnen. Maar beide zijn voorlopig
onbereikbaar.
Zie het als een generale
repetitie want de volgende dag is de gezamenlijke langlauftocht naar
diezelfde Wildmoos. Een nieuw hoogtepunt want de hele club is er zowat.
Helaas met uitzondering van onze voorzitter die kort nadat we een
“flessenstop”hadden zijn ski brak en met Tiny vlak voor het bereiken van het
doel gedwongen werd de terugtocht vervroegd in te zetten.
De clubkampioenschappen.
Een ceremonieel vertoon van de eerste orde. Glorietijden voor een aantal
door en door getrainde lopers, werpers, juryleden, organisatoren en
officials. Het begint ook nu weer met de loting die nu nog professioneler is
voorbereid en die ingeleid wordt door een plechtige toespraak van Piet. Voor
mij verloopt de loting desastreus. Er zit niets anders op dan onmiddellijk
en ter plekke een training voor de werpster in te lassen. Het resultaat: een
fiasco. De andere teamgenoot is dan al ziek naar bed. Ik kan het wel shaken!
Lieske, Tiny en Frans
hebben geen last van faalangst Dat blijkt al voor het vertrek uit Mösern.
 Ze
lopen rond met vleugeltjes en in wit kanten lang ondergoed uit grootmoeders
tijd, van alle gemakken voorzien, mocht de nood hoog stijgen. En jawel hoor.
Een paar uur later worden ze tot de grote winnaars uitgeroepen ondanks mijn
advies aan Frans het toch vooral langzaam aan te doen. Mijn team is in elk
geval de morele winnaar. Wetend dat ons team door ziekte gehandicapt is,
herinnert Bertien zich plots alle aanwijzingen van de avondlijke training en
vervult haar rol als werpster foutloos, enigszins opgezweept door een
schreeuwend teamlid en met een duwtje van een niet alles overziende jury.
Trouwens iedereen was
fantastisch, Odette had haar revanche, Rien had geen last van een
hinderlijk passerende teamgenoot, Marco en Jan waren super werpers en Harrie
slaagde erin om het reglement nu haarfijn uit te leggen waardoor jammer
genoeg de grote chaos uitbleef.
Kortom na zo’n wedstrijd
is eigenlijk alles achter de rug zou je zeggen.
Maar dan vergeet je nog
de prachtige zonovergoten langlauftocht en de wandeling in de omgeving van
Holzleiten, de verrassende prijsuitreiking waarbij uw verslaggever diep
ontroerd geraakte door de onderscheiding die hem ten deel viel en die de
voorzitter zo treffend tijdens zijn toespraak in zijn richting liet komen.
Over
de laatste dag valt het mij moeilijk een woordverslag te doen. Alleen
beelden en geluid kunnen de sfeer en het zeldzame genoegen beschrijven van
een dagje snow shoeing.
Een onwennig begin met
zo’n onbehoorlijk grote voeten en de angst onderuit te gaan wordt gevolgd
door een onbekommerd rondhuppelen door de sneeuw, waarbij Gerda en Mia zich
geheel vrijwillig en langdurig rondwentelen in die sneeuw en iedereen met
volle teugen geniet. Alleen Frans slaakt af en toe een rauwe kreet als hij
voor de zoveelste keer zijn shoe verliest.
Die vrijdagavond is
voor de meesten de tijd gekomen om alvast in tevredenheid terug te zien op
een buitengewoon enerverende week. Harrie verzorgt de laatste briefing en
bedankt iedereen die daar maar enigszins voor in aanmerking komt, behalve
degene die het allergrootste compliment verdient: Harrie zelf!!!
Voor de fakkeltocht is
maar een klein groepje te vinden dat het tochtje naar de Mösernsee in het
avondlicht met de glinsterend vallende sneeuwvlokjes wil maken.
Een enkeling herinnert
zich dat er nog een paar onopgeloste problemen zijn blijven bestaan in de
smoelenpuzzel en stort zich nog eens op de vraag welke neus, mond, oren en
vooral kale kop bij welke persoon hoort.
Om half zeven bonst Jef
op mijn deur. Twaalfeneenhalf uur later stuurt onze geweldige chauffeur Jan
Kerckhoffs de burgemeester Kisselsstraat in en iedereen verdwijnt in het
donker.
Jo Simons
2005
Z oals
jullie allemaal weten, ging de jaarlijkse clubreis naar Mösern in
Oostenrijk.
Omdat ik als introducé
meeging vroeg Frans mij op de terugreis of ik een stukje wilde schrijven
voor in het clubblad. Nu is schrijven niet bepaald mijn “pakkie aan” maar
omdat ik zo’n fijne en gezellige week heb gehad vond ik dat ik het toch maar
moest proberen. Ik zal proberen verslag te doen van mijn ervaringen.
Rond 6.15 uur stapte ik
samen met mijn schoonmoeder Bertien in de bus en namen we beiden als
“vreemde eend in de bijt” achteraan plaats in de bus. Al gauw kwamen enige
echte clubleden zich voorstellen en een praatje maken.
Om ongeveer 19.00 uur
kwamen we aan in hotel Mösernhof waar we een mooie kamer kregen. Dat ik die
nacht geen oog dicht deed lag dan ook niet aan een slecht bed maar aan de
zagende geluiden van mijn kamergenote.
Toen Odette de volgende
dag vroeg hoe we geslapen hadden zei ik dus “niet”. Daarop bood zij mij
spontaan een paar reserve oordoppen aan, hiermee was voor mij het ijs
gebroken en een einde gemaakt aan slapeloze nachten.
De eerste dag (zondag)
was eigenlijk bedoeld om uit te rusten van de busreis maar ik zag toch al
velen met de langlauflatten bij de bushalte staan. Tja als je eenmaal de
sneeuw ziet…
Voor maandag was er het
volgende programma: keuze uit een basisles, een les voor gevorderden of
skating voor de allerbesten. Zelf deed ik mee aan de basis oefeningen bij
Hein Veld waar ik al snel zag dat ik jaren geleden toch het een ander
verkeerd had aangeleerd, met name het gebruik van de stokken. Net toen ik
dacht, ik begin het koud te krijgen ik wil wel wat actie, vroeg Jo Simons of
er nog iemand een rondje van een uurtje wou meelopen. Hoewel ik niet wist
wat voor een rondje me te wachten stond, trok ik de stoute (langlauf)
schoenen aan en ging mee. Iets waar ik zeker geen spijt van heb gehad!
Eigenlijk had ik een beetje privé-les van een hele aardige leraar en
bovendien leerden we elkaar wat beter kennen.
‘S middags zijn we met
z’n allen naar de Sonnealm gelopen, samen met Odette kwam ik ondanks ons
gezellig geklets vrij snel boven aan. Joop kreeg een applaus voor zijn
geweldige prestatie want het was best een pittige klim. Sommigen van ons
zouden rodelend naar beneden gaan waar Odette foto’s zou maken. Ondanks dat
Toos tijdens een sanitaire stop achter een prachtige dennenboom geen enkel
geluid van de rodelaars had geconstateerd, flitste Frans toch nog te snel
voorbij dus die moest weer een stukje terug naar boven om toch nog op de
foto te komen.
Voor dinsdag was voor de
liefhebbers een bustocht naar Innsbruck georganiseerd. Diegene die daar voor
hadden gekozen hebben het volgens mij wel naar hun zin gehad.
Zelf ben ik met Bertien
naar Seefeld gewandeld om nog wat spullen te kopen.
De gezamenlijke
langlauftocht op woensdag was een inspannende maar fijne dag. Er waren drie
groepen. Allereerst de supermannen en -vrouwen onder ons die maar meteen de
zwarte (moeilijkste) route naar de Wildmoos namen, als tweede een groepje
wandelaars en (waar ik zelf bij hoorde) en een groep die de bus namen naar
de Wildmoos en daar gingen langlaufen. Samen met Mia, Gerda, Marco, René en
Leo liepen we wat rondjes in een prachtige omgeving. Toen ook de
zwarte-route lopers en de wandelaars aangekomen waren hebben we samen wat
gegeten en gedronken.
Vervolgens ging ieder
weer zijn eigen gangetje wat voor mij inhield dat ik samen met Jo, René en
Leo een rondje Lottehütte liepen. Helaas moest René wat eerder pauzeren
vanwege een ongelukje in de sauna waarbij hij zich blesseerde aan een rib.
René ik hoop dat je weer (opgelucht) adem kunt halen. Voor een amateur als
ik was het nog best een partijtje klimmen daar langs de Lottehütte, gelukkig
konden Jo en Leo mijn “verdwaalde pinguïntechniek” toch wel waarderen al zag
het er volgens Jo niet erg charmant uit (Ik kan het me voorstellen). Al met
al was het een inspannende maar voldaande rit en het was er werkelijk heel
mooi. Jo en Leo nog bedankt dat jullie me op sleeptouw hebben genomen.
’S Avonds stond ons de
loting voor het clubkampioenschap te wachten. Er zouden negen 3 manschappen
worden geformeerd. Zo geschiedde. Arme Jo zag het allemaal niet meer
zitten, een van zijn teamleden (Wim) was ziek en zijn werpster Bertien zei
dat ze te lui was om ballen te gooien en te bang was voor koude handen. Dan
moest er maar “droog” geoefend worden. Met gepropte servetten moest Bertien
op Jo mikken, maar in plaats van dat zij hem raakte, raakte ze bijna de
wijnglazen die net door de serveerster werden langs gebracht. De volgende
dag bleek dat het oefenen zijn vruchten had afgeworpen want Bertien gooide
hartstikke goed zodat hun team nog op de zesde plaats eindigde, al hadden ze
Bertien na een duik in de sneeuw met twee man naar de loper toe moeten
slepen om hem aan te tikken. Zelf eindigde ik met Ger en Toos op de laatste
plaats maar dat mocht de pret niet drukken. Sorry Ger en Toos, ik heb mijn
best gedaan maar de rest was gewoon veel te goed!
In de namiddag zijn de
besten onder ons nog 6 km gaan langlaufen terwijl de ‘minderen’ met Mia
gingen wandelen op het Mieminger-plateau. Met wat zonneschijn was het er
werkelijk schitterend.
Voor de vrijdag stond er
snowshoe-ing op het programma, hetgeen een geweldig en leuke ervaring bleek
te zijn, ik heb er nog steeds een beetje spijt van dat ik niet heb
meegedaan. ’S Avonds hebben we nog met een aantal een fakkeltocht gelopen
(en gelachen). Met de fakkel van Mia was het een en ander mis. De uitleg
over wat er aan de hand was, leidde dat tot enige consternatie. Mia ik zal
het netjes houden en daarover geen uitleg geven!
Helaas moesten we
zaterdag de sneeuw vaarwel zeggen om na een leuke, gezellige en
goedverzorgde vakantie naar huis te gaan.
Tot slot wil ik zeggen
dat ik veel bewondering heb voor jullie allemaal en wil ik jullie bedanken
voor alle moeite die jullie voor mij en Bertien als introducés hebben
gedaan.
Heel veel groetjes en
hopelijk tot ziens,
Bea Gulikers.
|
CLUBREIS 2004
Völserhofpost Sonntag, 1 februar 2004
Was
u ook zo blij met het eigen kussen onder uw vermoeide hoofd? Wij wel. Waren
de geluiden die 's nachts tot het onderbewuste doordrongen ook van zo'n oude
bekende aard?Bij ons in elk geval wel ! Om de hele week naast een mannelijke
kop met snor c.q. baard èn snor wakker te worden is ook niet alles.Maar voor
de rest . . . . .! ! ! ! Laat ik beginnen bij het begin. Toen men van ons
hoorde dat wij, als mensen uit het buitengebied, mee zouden gaan met de
Maastrichtse Langlaufclub naar de wintersport, kregen we waarschuwend te
horen: "Gaan jullie met die "Sjengen"?" Ons beiden kunnen ze echter niet
meer bang maken, alleen nog maar blij. Dus vol goede moed en veel
langlaufzin mee op pad.
We zaten
nauwelijks in de bus of het clubblad werd uitgedeeld. Daarin stond de lijst
met onze reisgenoten. Uit de adreslijst bleek dat ze uit alle windstreken
van Zuid-Limburg kwamen, met een klein accent op het westen daarvan. We
hadden gelukkig onze veiligheidsriem om anders waren we zeker van verbazing
uit onze busstoel gevallen, toen we de voorzitter hoorden praten. Ik zei nog
tegen mijn buurman: "Enge Kirchröatscher, dea ooch nog i Heerlen woënt" en
zelfs gekozen werd als voorzitter van de Maastrichtse langlaufclub? Dit is
integratie ten top. Hier kan ons kabinet nog een puntje aan zuigen t.a.v.
het allochtonenbeleid. De andere reisgenoten?? Zonder uitzondering allemaal
gezellige, vriendelijke, vrolijke en behulpzame mensen. Mogen we er toch
één persoon uitlichten? Jules, onze ”Oberwachsmeister” , Maastrichtenaar en
clubsecretaris. Niet te beroerd om ons, als relatieve leken, met zeer veel
geduld en aanstekelijke humoristische (sterke?) verhalen, de eerste
beginselen van het waxen uit te leggen.
Tijdens de
spetterde clubkampioenschappen leende hij zelfs zijn wax-skies uit. (Let
wel: aan zijn teamgenoot.) Of hij dat ook bij de concurrent zou doen, daar
durven we onze handen niet voor in vuur te steken. Maar dat testen we
misschien volgend jaar. Hij werd nota bene derde met een ijzeren
doorzettingsvermogen en twee idem dito knieën.
Zelden hebben
wij een groepsreis meegemaakt die zo perfect georga- niseerd was als deze.
Waarom wij dat vinden? Nou lees zelf maar.
- Seefeld,
voor ons een magnifieke locatie met een gezellig druk centrum.
-
Het hotel, prima. Aan alles was gedacht,
heerlijk ontbijt met de weersvoorspelling voor die dag, een Tages- wits,
Suppe mit Brötchen voor 's middags, Kaffee mit Kuchen voor de namiddag.
Diner, keuze uit twee menu's. Eén avond "der lustige Heini of Willy".
-
Gedifferentieerde skilessen met
video-evaluatie.
-
Groepstoertochten en fakkeloptocht in het
donker.
-
Prachtige loipen. Zelfs schijnt dit bestuur
er voor te kunnen zorgen dat er elke morgen een dun laagje sneeuw in de mooi
gespoorde loipe ligt. Wat een bestuur !!! Ze moeten wel nog wat oefenen in
het opdraaien van de zon. Dat hebben ze nog niet helemaal in de vingers.
Maar ja,. . . . . . je kunt niet alles hebben.
-
Perfecte adviezen voor het gebruik van het
soort wax door Frans, Rien en Jules. Wij hadden ons helemaal voorbereid op
het hoe en op welke manier we waar welke klister moesten aan brengen. We
gebruikten echter alleen blauw extra. Onze sterkste kant hebben we dus nog
niet kunnen tonen.
- We
zagen ook een vernuftig apparaatje om de ski’s op de balkonrand vast te
klemmen en te waxen. Heel handig en weinig gewicht. Waar een
figuurzaagklemmetje en een creatief, technische geest al niet toe in staat
is!
-
Clubkampioenschappen die lieten zien dat men
zowel letterlijk als figuurlijk op een leuke manier ten onder kan gaan.
- Prachtige
"gespurte" winterwandelpaden voor de mensen die geen zin hadden om te
langlaufen, maar wel om lang te lopen.
-
Al met al een zeer goede prijs - kwaliteit
verhouding.
- Een
klein negatief puntje; Jammer dat de terreinomstandigheden niet aangepast
waren aan onze conditie. We horen het Harrie al zeggen: "Dat zudder zelver
schoold". Gelijk heeft hij.
Dit was een impressie van twee
enthousiaste introducés.
Nogmaals iedereen (maar vooral Jo)
bedankt voor de uitermate gezellige, sportieve en gezonde week.
”Schun dat uur mit os hat wille kalle.”
Leo Mommer en Mart Theeuwen
DE
SEEFELD FAMILY OP HERHALING
Bij
het zien van de televisiebeelden van het Worldchampionship van Oberhof met
de biathlon voor dames, op een grijze namiddag in februari, kon ik mijn
emoties maar met moeite in bedwang houden. Hoezeer herinnerden deze beelden
mij aan de heroïsche strijd op de besneeuwde pistes van Holzleiten. Gelukkig
had de voorzitter mij op de terugweg van Seefeld waardig bevonden een
mijmering toe te vertrouwen aan het heilige papier van het clubblad van de
roemruchte Maastrichtse Langlaufclub. Nu kon ik tenminste mijn woelige
gevoelens in een enigszins gestructureerd kader laten vloeien.
De voorzitter.
Een week lang heeft hij over mij en mijn 35 reisgenoten gewaakt. Hij zorgde
ervoor dat wij ons volledig konden concentreren op onze opdracht. En die
opdracht mochten we nog zelf kiezen ook. Tenminste, hij gaf ons dat gevoel,
door steeds te benadrukken dat alle activiteiten volledig facultatief waren
en dat we in alle vrijheid mochten beslissen òf en hoe we daaraan zouden
deelnemen.
Reeds in de bus
naar Seefeld toe was zijn zorgende aanwezigheid, samen met de al even
hardwerkende doch bijna onzichtbare chauffeur, er mede de oorzaak van dat
wij volkomen ontspanden en zo in optimale conditie aan een volle week puur
genieten konden beginnen.
Arriveren in
het hotel van de familie Freninger was een beetje thuiskomen. Weliswaar was
het dit jaar niet volledig ´all inclusive´, maar daar hoorde je niemand
over. Het prachtige sneeuwlandschap, de vriendelijke verzorging, de
uitstekende maaltijden, de sportieve genoegens, het goede gezelschap, de
opperbeste soms uitbundige stemming, wat is er nu nog meer nodig om van een
heerlijke vakantie te genieten.
Het programma,
ons op precies het goede moment in de bus aangereikt, adviseert ons voor de
eerste dag, de zondag, het vooral rustig aan te doen.
Als eerste dan
maar naar de sportzaak om mij, zij het in enkele etappes, een compleet
nieuwe uitrusting aan te schaffen. Revolutionaire ski’s zijn het geworden.
Kort van snit, bij uitstek geschikt voor sportieve lopers met realiteitszin.
“Kampioen zul je er niet mee worden”,was de boodschap van de verkoper. Een
geruststelling voor mijn reisgenoten, voor mij een uitdaging om toch alles
uit de kast te halen.
Thuisblijvers
hebben in de vorige uitgave van dit periodiek precies kunnen lezen hoe het
verdere programma er die week uitzag. Ik voel me daarom ontslagen van het
geven van een echt verslag. Uit het voorafgaande heeft U immers al kunnen
begrijpen dat alles met grote soepelheid verliep, volledig geruisloos
aangestuurd vanuit het centrale vluchtleidingscentrum.
In de
deelnemerslijst zullen de leden van het eerste uur een paar nieuwe namen
tegenkomen waarbij een lichtje gaat branden, andere zijn volledig blank. Zo
had ik het genoegen enkele oud-collega’s aan te treffen. Aangestoken door
alle verhalen over het effect van waxen in alle vormen doken zij zelfs ’s
avonds nog stiekem naar de skikelder om daar door Jules verder ingevoerd te
worden in alle geheimen die aan mijn korte skietjes niet besteed zijn. Alle
nieuwkomers voelden zich heel spoedig thuis, wat een compliment zowel voor
hen als voor de instelling van de hele groep genoemd mag worden.
Na
de lessen op maandag waarbij wij de keuze hadden uit drie skileraren (Rien,
Frans en Harrie) met elk een eigen oefenprogramma, werd op dinsdag een
gezamenlijke tocht ondernomen naar het op de grens met Duitsland liggende
Scharnitz. Een aantal van ons had daar nog duidelijke herinneringen aan,
want vorig jaar belandden we er in een verschrikkelijke sneeuwstorm.
Deze keer was
het een gezellig familiegebeuren, iedereen mocht mee, zonder aanziens des
niveaus.Dat betekende overigens wel dat enkelen steeds weer langs de groep
patrouilleerden om achtergebleven of zoekgeraakte personen bij de groep
terug te brengen. Frans ging daarbij zóver dat als hij maar vermoedde dat
Ferry het tempo niet zou kunnen volgen, hij alvast maar een flink eind
terugreed zodat Frans uiteindelijk zélf als vermist werd aangemerkt. Ferry
had zich intussen, mede door een hartversterkertje van Harrie, aan de kop
van de groep genesteld.
Elke
dag was er opnieuw spanning. Zo werden er videobeelden gemaakt van de
verschillende technieken van de deelnemers die het hadden aangedurfd zich
aan het maken van de nietsverhullende, onverbiddelijke en schokkende beelden
bloot te stellen. Zelf werd ik slachtoffer van mijn eigen uitwijkmanoeuvre.
Terwijl de deelnemers zich onderwierpen aan de koel registrerende camera van
John, maakte ik een ommetje in de buurt, om in alle anonimiteit mijn eigen
lesplan te volgen. Na enige tijd keerde ik terug, wierp mij manmoedig in een
afdaling, waar ik plots tot mijn schrik de eigen groep ontdekte. Men kon mij
bijtijds ontwijken, maar de camera deed ook nu zijn werk.
En dan de
avonden. Geïsoleerd van de mondaine wereld van Seefeld bereidden we ons voor
op de clubkampioenschappen. Daar werd veel over gespeculeerd. Hein Veld was
er speciaal voor naar Oostenrijk gekomen om op een voor ons onbekende plek
het parcours uit te zetten.
De
wedstrijdleiding had alles tot in de kleinste onderdelen gereglementeerd en
voorbereid. De avond van tevoren werden de teams uit de champagnekoelers
tevoorschijn getoverd . Toen konden de mentale voorgevechten beginnen.
Langdurige tactische besprekingen, psychologische beïnvloeding van
tegenstanders en juryleden, omkopingen. Niets werd geschuwd. Een dag later
bleek dat ook hier de voorzitter alles in zijn fluwelen greep had. Toen de
jury uiteindelijk zijn werk had afgerond bleek Harrie en zijn team
onverslaanbaar te zijn geweest.
Natuurlijk
was er ook nu weer het optreden van de “der lustige Willy”, een gebeuren
waar vooral mensen als Corry Koekelkoren en de lichtvoetige dansparen als
Elly en Jules, Frans en Odette naar hadden uitgekeken. Maar ook Evelien
Waming, ’s middags noch ten prooi aan een ernstige inzinking, ’s avonds de
leading lady bij het hoppa – hoppa van onze lustige Musikant.
En tenslotte de
romantische fakkelwandeling naar de Möserersee op vrijdagavond .Een gezellig
besluit van een fantastisch mooie week.
Wie echter
denkt dat daarna de reisleiding op zijn lauweren ging rusten, heeft het
mis.Tijdens de terugreis werden alweer de eerste bouwstenen gelegd voor een
nog perfectere organisatie volgend jaar door middel van een professionele
enquête !
Waarschijnlijk
zal iedereen zich aansluiten als ik tenslotte John en Harrie en alle anderen
die zich voor de reis hebben ingezet feliciteer met dit geweldige evenement
en hen daarbij namens iedereen hartelijk bedank. We hebben genoten !!
Jo Simons
CLUBREIS 2003
VERHAAL
ZONDER TITEL.
NOOT
VAN DE SCHRIJVER:Dit verhaal was oorspronkelijk in het “Mestreech's”,een
variant van het vroeger algemeen gesproken “Limburg’s plat”,geschreven:
In de jaren tweeduizend beleefde Limburg een toestroom van Hollanders ,die
hier weliswaar een verblijfsvergunning kregen,maar weigerde ,de verplichte
cursus “Limburgs plat” te volgen .Einde jaren tweeduizend is het “Limburgs
Plat”uitgestorven en is het Hollands de officiele voertaal in Limburg
geworden .Het Limburgs Plat hoort nu samen met Latijn en Grieks tot de
Klassieke talen en wordt alleen nog in een zeer selecte groep gesproken.
Vrij vertaald uit het Mestreech’s.
Het was in het jaar ,ik geloof, drie duizend en vijf,
Dat ik in mijn supersonisch voiture,in een half uur van Maastricht
naar Seefeld ,ben gereisd.
Ik heb mijn verwarmde,magneet ski’s,aangedaan
En ben op onderzoek uitgegaan
Want mijn over-over grootvader,zijn naam was,geloof ik ,Sjaak
(Die naam hoor je gelukkig ,niet meer vaak),
Had op een oude harde-schijf die nog bewaard was gebleven
Een heel raar verhaal,voor het nageslacht,geschreven
Hij beweerde, dit is de waarheid, en hij wou er op zweren
Maar ik wilde het, voor alle zekerheid,toch controleren
Want mijn grootmoeder,zaliger, had mij verteld
Dat het bij haar grootvader Sjaak, kiele-kiele met de waarheid was gesteld.
In het vroegere dorp, in een donkere kelder,
Werden me toch een paar dingen helder
Helemaal onder het stof, in een donkere hoek
Vond ik een duizend jaar oud boek.
Het was geschreven door een Rus, Vladimir Strakskots.ti
En bescheef de geschiedenis van de Seefelder ski
En jawel in hoofdstuk 2, stond wat ik had gezocht
En vroeg aan een “Dirne”, of ik het copieeren mocht.
De titel was ”Die geschichte von Sjaak,der Greise”
En ik kan me alleen maar gelukkig prijzen.
Dat ik nog familie van hem ben, al is het in verre zin,
Ik zal het verhaal voorlezen vanaf het begin.
HOLLANDERS HEULE RUND DIE LOIPE
Von Vladimir Strakskots.ti
Het was nacht,een stikdonkere nacht.
In het maanlicht, tussen de dennen, stopte een bus, die al lang werd
verwacht.
Ze was van Rosta en kwam uit mestreech.
En langzaam aan stroomde ze leeg.
Wat daar uit kwam,jullie geloven het niet.
Was ongeorganiseerde chaos,je weet niet wat je ziet.
Jonge, oude,dikke en slanke.
De Hotel-meneer dacht, waar heb ik dat aan te danken.
Ze waren te beroerd om hun koffers te sjouwen.
En begonnen meteen de hal te verbouwen.
Ze hadden negen uur op hun “kont” gezeten
En waren zo moe….., totdat ze konden eten.
Binnen een half uur was alles op
En om ellef uur stond de tent op de kop
Want wat jullie nu wel zult denken
Het was de hele avond gratis schenken.
De dagen er na was,gekreun en geknars der tanden.
Van verkleumde lichamen tot bevroren handen.
Van s’morgens vroeg, toen het nog vroor.
Peigerde ze zich af, in een vaak onzichtbaar spoor.
Een selectie groep uitverkorene kwam s’avonds naar het scheen.
In een besloten conclaaf bijeen. Ze gebruikte termen zoals, loipe, wakse en
prepareren. Anfanger, probeerde ze te weren.
En voor diegene die het nog niet wiste
Hun enige en heilige doel was,“de zwarte piste”.
Daarna kwam er een hele tijd niets,dan de recreanten.Die wisten niet zo goed
van wanten.
Na drie dagen waren die volledig kapot.
En hadden zelfs pijn aan hun (soms dikke) vot.
En van de wandelaars maar niet te spreken.
Die elk uur in een “hutte am Alm”,nederstreken.
Daar moest heel snel energie bij
En daarom was Sjaak,(der Alte)dan ook heel blij
Met een avond met Willy ,”der Lustige”
Met een speciaal programma voor “die Rund-burstige”
Want “die Maedel”,die het hele jaar: ,, alleen,met een sjagrein ,een
kreupele of een doofstomme,, moesten leven
Zijn die avond tot het allerlaatste gebleven.
Want alles ,wat ze in een jaar gemist hadden aan romantiek
werd door “der Willy, auf einmal herein gegossen”,dat was sjiek.
En als ze goed bleven kijken.
Konden ze ,die van hun, ook nog met anderen vergelijken.
En ook nog lekker achter elkaar met het petje op, ”hallo daar zijn we weer”
“Het is hier so gesellig” zoals bij Ursel de Geer.
Zelfs Jules, met d’ijzere knieen was niet te stoppen.
En bleef de hele avond over de vloer Hip-Hoppe.
En van Ger en Odette maar te zwijgen.
Die waren ook niet weg te krijgen.
Ook mentaal was het helemaal op
Ger stuurde Gerda zonder geld de Willmoos op.
Jules zat met de sleutel in de Sauna te zweten
Dat heeft ie achteraf geweten!
Toos was even van de aardbodem verdwenen
Maar is later wonderbaarlijk weer aan ons verschenen.
Mia en Gerda stonden bedelend langs de weg.
Want ook Mia haar geld was op,tot beider pech
De paarde–tram nam hun niet mee. Hoe aardig Mia ook tegen hem dee.
Onze hostess,knapte op ,wat op te knappen viel
Ze had het heel druk,die arme ziel
Niemand kon zijn koffer meer opbeuren
Een gehuurde shaufel moest alles de bus in sleuren
Maar ja,zoals het vaak gaat,
Was Peter ook nog een keer te laat
Omlaag naar de bus ging het gelukkig nog net
Iedereen verlangde naar zijn bed.
Onze hostess voorin wees ons de weg en heel bijzonder
Bij de aankomst in meerssen konden de latten weer onder.
Vlademir de Rus,schreef zeer gemotioneerd “Ik eindig hier”
Zijn tranen stroomde over het papier.
Tot hier,de kroniek van Vladimir de Rus en de harde schijf van Sjaak,de
grijze
Wij kunnen ons in het jaar drieduizend gelukkig prijzen
Dat niemand meer tekort komt aan romantiek,want zoals het nu hier gaat
Voor de romantiek hebben we een automaat
Tien “oude” Euro’s erin ,en je kunt je bestellen,een lieve,brutale,vurige of
stille
Binnen een uur aan de deur,als je dat zou wille
Ik bladerde door het boek en verdomd in een andere taal
Vond ik nog een tweede verhaal
Ik heb dat ook gelezen en jullie geloven me niet
Dat tweede verhaal deed me echt verdriet
Het luidde:” DE TELOORGANG VAN PIET,de vijf en zestig in ’t verschiet”
Het is het verhaal van een jongen van het land
Opgegroeid met het kruis en de schop in de hand
En zoals Piet altijd dicteerde
Geloofde hij in “normen en weerden”
Er wordt in Holland zelfs stiekem beweerd
Dat Balkenende ze bij hem heeft geleerd
Hij groeide op bij de paters,maar voorwaar
Hij kwam met de “lusten des vleeses” niet klaar.
Toen maakte Piet een fout, het zij hem vergeve
Hij is er zelf bijna in gebleve
Hij ging les geven , en dat zet te denken
We moeten hem daarvoor toch maar vergiffenis schenken
Die rotjonge in Gulpen,die kun je niets lere
Die zitte de hele dag maar wat te klere
Piet zijn licht scheen in de duisternis ,maar verhop
De duisternis nam het totaal niet op
Tot Piet dacht,ze kunne me verrekken
Ze krijgen me niet meer daar bij die gekken
Piet nam afscheid,heel integer
Maar toen werd zijn “knip”steeds maar leger
En met de AOW in het verschiet
Wis Piet ,zo red ik het niet
Ik moet alle roddels in de kiem sussen
En proberen wat bij te klussen
Piet is niet altijd even actief
Maar toen werd hij plotseling inventief
Ik meld me aan als penningmeester,en hup
Krijg ik ook de “knip” van de klub
En ook zal ik proberen
In Seefeld “all in” te tracteren
En als ze iets merken,zal ik ze vertellen
Dat ik nooit goed heb leren tellen
Het verhaal ,zoals beschreven,heeft toch een happy-end
Bij de volgende controle miste Piet geen cent
Ik ben met een machine in de tijd terug gefietst
Voor Piet kwam ik plotseling uit het niets
En heb hem toen iets gegeven
Waarmee hij eerlijk is gebleven
Het cadeau,,zit hier in en beste Piet
Bij het opmaken van de kas,vergeet het niet
’t achter-achter-achter kleinkind van Sjaak ,de grijze, uit 3005
De
formule van Seefeld
Natuurlijk is het eigen schuld als je een korte terugblik op een weekje
wintersport moet gaan schrijven als het kwik de 15 graden heeft bereikt en
de zon al dagen met een onweerstaanbare kracht heeft geschenen, waaraan je
niet hebt kunnen weerstaan.
Het voorjaar is nu echt in de lucht en nu zál ik mijn belofte inlossen.
Piet de penningmeester heeft mij, met zijn overbekende vleikunsten, wederom
overgehaald het weekje langlaufen te voorzien van een persoonlijk getinte
nabeschouwing, die volgens de door hem verstrekte opdracht, vooral het
sportieve gedeelte zou moeten belichten.
Na een paar weken echter, zijn mijn toch al niet zo stralende prestaties
verbleekt in de tijd en de niet aflatende zonneschijn, dat ik wat dat
sportieve aspect betreft, niet meer uit eigen ervaring op een betrouwbare
manier kan berichten
Wat zou ik graag een beschrijving hebben willen geven van de onvergetelijke
muzikale verbroederings avond waarop “Corry und ihre lustige Willy “ de
langlaufclub hebben vermaakt met peperbus en kroonluchter, dat niemand op
zijn plaats kon blijven zitten. Met uitzondering van Toos die uiteindelijk
toch nog enig profijt wist te trekken uit haar tijdelijke handicap door de
polonaise te weigeren met een verwijzing naar haar inmiddels opzichtig op
een stoel gelegd onwillig pootje.
Hoewel ook hier sportieve prestaties geleverd werden, valt dit onderdeel,
zoals gezegd, buiten dit kader, al moet ik toch nog even kwijt dat ik met
jaloerse blikken gekeken heb naar Jules met zijn swing-knieën. Zouden die
gewoon in het ziekenfondspakket zitten? Het moeten wel pracht exemplaren
zijn, getuige zijn uitspraak :”Alles deit mich pijn behalve mien kneje “
Hoewel bovenstaande zich binnen de nieuwe formule beweegt, meen ik mij te
herinneren dat de opzet van de reis oorspronkelijk een ander uitgangspunt
had.De Maastrichtse langlaufclub kent immers nog steeds echte sportieve
kanjers. Bij de vorige reizen had ik al mogen kennismaken met beroemdheden
als Rien, Sjef, Jules, Jean, John en andere snelle mannen die ik meestal bij
de lunch trof en vervolgens pas weer bij het diner terugzag, of die ik
hooguit nog net herkende als zij mij in een afdaling passeerden, als ik
tenminste niet op dat moment weer eens onderuit ging.
Dit jaar waren er echter nog meer ervaren langlaufers die zich voor het
Mekka van onze tak van sport zelf hadden geselecteerd op uitnodiging van
onze keuzeheer John Lassouw.
Zo waren er Frans Thevis, die ik nu van dichtbij zag en een beetje meemaakte
en zijn charmante vrouw Odette, die zo lief was mij nog enkele nuttige
aanwijzingen te geven als zij mij voorbij flitste.”Meer glijden en het
gewicht.verplaatsen,”waren een paar van haar aanwijzingen.
Nu voldeed ik eigenlijk wel al aan haar raadgevingen, maar dan paste ik dat
glijden meestal horizontaal toe.
Waar ik ook buitengewone herinneringen aan heb, waren de tochten dat ik in
het gezelschap van Wim en Jolien mocht zijn. Zij hadden er een rotsvast
vertrouwen in dat ik het einde van
de week wel zou halen en dat ik dan écht met hun meekon, zonder dat ze bij
elke bocht of hellinkje op mij moesten wachten.
Apetrots kon ik hun de laatste dag laten weten dat ik de afdaling van de
Wildmoos had geleid met nog twee waaghalzen, Tonny en René.
Die laatste avond , eigenlijk het spannend sluitstuk van een volle week
sportieve genoegens, voelde je aanvankelijk het gemis van de huldiging van
de clubkampioenen.
Oh,ja, iedereen had alle lof voor de organisatie. Het hotel was
voortreffelijk. Met “all inclusive ”bedoelden de hoteleigenaren ook echt dat
er alles bij hoorde, inclusief een geweldige service en vriendelijkheid.
Iedereen was gezond en wel door de week heen gekomen. Alle deelnemers waren
sportief, op de ski’s , op de wandelschoenen ,culinair of zoals Jac.Dahlmans,
literair aan hun trekken gekomen.
Maar toch. Wie was de echte kampioen??
Rien hield ons in spanning.
Maar deze voorzitter had al voor hetere vuren gestaan. Vorig jaar had hij
bij gebrek aan wedstrijd de titels nog voor een jaar geprolongeerd. Maar kon
je dit nu voor een tweede keer maken?
En toch kondigde Rien zonder blikken of blozen de nieuwe kampioen aan. Hij
gaf er ook een heldere verklaring bij. Maar dat was eigenlijk niet nodig
want bij het uitspreken van de naam van de kampioen 2003 veerde iedereen op
en volgde er een staande ovatie.
Wat precies de reden van de uitverkiezing was, deed er eigenlijk niet toe:
alle leden van de club lieten overduidelijk horen dat Ferry een echte
kampioen is.
Met zo’n kampioen kun je ook vooruit als alle sneeuw alweer gesmolten is.
Jo Simons
|
| |
|